Heupprothese via de ‘voorste benadering’

Hier vindt u meer informatie over het plaatsen van een kunstheup via de Franse methode.

Een nieuwe heup via de voorste benadering (DAA)

Pijnklachten in de heup door artrose maken u minder mobiel. Zorgt een aanpassing van uw leefstijl niet voor minder klachten, dan kan een heupprothese u helpen. Na het plaatsen van de een nieuwe heup via de Franse of voorste benadering herstelt u sneller. Meer informatie leest u hieronder.

Op de afdeling orthopedie van Zuyderland Medisch Centrum in Heerlen en Sittard-Geleen worden heupprotheses op verschillende manieren geplaatst. Een bijzonder succesvolle methode is de ‘voorste benadering’. Deze techniek voor het plaatsen van een kunstheup wordt ook wel Franse methode, Direct Anterior Approach (DAA) of Anterior Supine Intermuscular (ASI) benadering genoemd. De operatietechniek wordt al tientallen jaren op grote schaal gebruikt, met name in Frankrijk. Vandaar de naam Franse methode. Wij zien veel mensen uit Maastricht, Oostelijke en Westelijke Mijnstreek.

Uw specialisten

Dr. W.L.W. van Hemert

Orthopedisch chirurg
Algemene orthopedie, Heupprotheses en revisies, Wervelkolom, Complexe traumatologie, Kinderorthopedie

Dr. B. Boonen

Orthopedisch chirurg
Algemene orthopedie, Heup- en knieprotheses, Knierevisies, Traumatologie

Meer informatie over het plaatsen van een heupprothese volgens de Franse (‘voorste’) methode

Wanneer kan een heupprothese nuttig zijn?
Is de artrose in uw heup al wat verder gevorderd? Heeft u ondanks het aanpassen van uw leefstijl en behandelingen bij de huisarts, fysiotherapeut, diëtist, psycholoog of ergotherapeut en medicatie toch veel last van pijn en verminderde beweeglijkheid? Dan kunt u een operatie overwegen, waarbij een heupprothese wordt geplaatst. Overleg met uw orthopedisch chirurg kan duidelijkheid geven of u voor deze behandeling in aanmerking komt.

 

Bij het plaatsen van een totale heupprothese wordt zowel de heupkop als de heupkom vervangen. Een keramisch of metalen kopje en een kunststof kommetje vormen het nieuwe gewricht. De gewrichtsvlakken waar zich de slijtage bevindt, worden verwijderd. De operatie kan uw (pijn)klachten dus aanzienlijk verminderen en ervoor zorgen dat u uw dagelijkse activiteiten weer kunt oppakken.

Voor de plaatsing van een heupprothese kunnen verschillende methoden gebruikt worden. Hieronder leest u daar meer over.

Wat is het verschil tussen de voorste benadering en andere technieken?
 

Voor de plaatsing van een kunstheup, kan de orthopedisch chirurg kiezen via welke zijde van uw lichaam hij uw heup zal benaderen tijdens de operatie. De twee meest gebruikte heupbenaderingen zijn de laterale (zijwaartse) benadering en de achterste benadering.  Daarnaast is de voorste benadering in opkomst.

Laterale benadering

Bij de laterale benadering ligt u tijdens de operatie op uw zij en wordt er aan de zijkant van de heup een incisie gemaakt om bij het heupbot te komen. Voordeel van deze veelgebruikte operatiemethode is, dat deze bij iedereen toepasbaar en er daardoor ook veel ervaring in is opgebouwd. De voordelen van laterale benadering zijn:

  • De orthopedisch chirurg heeft een goed en ruim zicht op het heupgewricht tijdens de ingreep.
  • De voorspelbaarheid van de prothese in uw lichaam op lange termijn.
  • De zeer kleine kans op het uit de kom schieten van de kunstheup na de operatie.

De benadering kent ook een paar nadelen: een deel van de spier die het been zijwaarts beweegt, moet losgemaakt worden. Hierdoor kan het herstel langer duren en is de kans op een mankend looppatroon iets groter

Achterste benadering

Bij de achterste benadering – ook wel de posterolaterale benadering genoemd – ligt u tijdens de operatie op uw zij. Deze methode is de meest gebruikte voor het plaatsen van een kunstheup. Deze benadering heeft als voordeel dat de belangrijke spieren voor het zijwaarts bewegen van het been (abductoren) niet beschadigd worden. Wel is er in het verleden regelmatig beschreven dat deze benadering een grotere kans heeft op het uit de kom schieten van de heup in de eerste weken na de ingreep. Echter, recentere berichten spreken dit tegen: als een chirurg het achterste gewrichtskapsel en de spieren die het been naar buiten draaien goed hecht, of zelfs niet meer losmaakt, zou de kans op luxatie niet groter moeten zijn.

Een specifiek risico van de achterste benadering is dat de nervus ischiadicus – de zenuw die een belangrijk deel van het been aanstuurt – vlakbij het operatievlak ligt. Deze zenuw wordt bij de achterste benadering opgezocht en opzij gehouden. Door dit opzij houden, kan er soms een (tijdelijke) uitval van deze zenuw optreden.

Voorste benadering

Bij de voorste (of anterieure) benadering wordt u rugligging geopereerd. De voorste benadering heeft vele namen. Omdat deze manier van heupvervanging in Frankrijk ontwikkeld is, wordt deze ook wel de Franse methode genoemd. Andere benamingen zijn: Direct Anterior Approach (DAA), Anterior Supine Intermuscular (ASI) en ook Anterior Minimally Invasive Surgery (AMIS). Deze benadering is een opkomende techniek, waarbij u over het algemeen na de ingreep sneller herstelt. Deze benadering is echter niet voor iedere patiënt even geschikt. Voordelen van de voorste benadering:

  • Minder spierschade: bij deze benadering wordt u tussen de spieren door naar de heup geopereerd, er hoeven dus geen spieren losgemaakt te worden.
  • Minder pijn.
  • Weinig leefregels na de operatie.
  • Minder kans op zwikkend lopen na de ingreep.

De voordelen van deze operatiemethode merkt u vooral in de eerste 6 tot 12 weken na de operatie. Mogelijk zal uw herstel – gemeten in pijn, het gebruik van krukken en wanneer u weer kan werken of sporten – sneller gaan dan bij andere operatietechnieken. Na deze periode is er geen verschil meer tussen de verschillende technieken.

Het nadeel van deze benadering is dat de lange termijnresultaten nog niet bekend zijn, in tegenstelling tot de laterale benadering, waarvan deze wel bekend zijn. Zo is nog niet bekend of een voorste benadering van het heupgewricht de levensduur van de prothese beïnvloedt. Wel weten we dat hierbij zowel het ontwerp van de heupprothese en de positionering van de prothese bepalend zijn.

Een ander belangrijk nadeel is dat een gevoelszenuw aan de voorkant van het bovenbeen geïrriteerd kan raken. Hierdoor kunt u een dove, gevoelloze en soms pijnlijke plek aan de voorkant van het bovenbeen en om het litteken krijgen. Dit komt bij 5 tot 15% van de patiënten voor en verdwijnt bij vrijwel iedereen binnen een jaar.

Hoe verloopt het eerste consult over uw heupprothese?
Als u wordt doorverwezen door uw huisarts vanwege heupslijtage (coxartrose), onderzoekt de orthopeed uw heup om de precieze oorzaak van uw klachten te achterhalen. Tijdens het bezoek worden meestal röntgenfoto’s gemaakt. Daarna volgt een gesprek over uw klachtenpatroon bij de specialist. De orthopedisch chirurg zal u onderzoeken en de gemaakte foto’s met u bekijken. Tijdens deze afspraak kan vaak ook al een behandeling worden besproken.

 

Hoewel het al duidelijk kan zijn dat er een operatie gaat volgen, worden ook alternatieve mogelijkheden besproken. Soms is de dokter niet overtuigd van de diagnose en volgt er mogelijk extra onderzoek. Dit wordt dan met u besproken.

De operatie bij het plaatsen van een heupprothese
Voor het plaatsen van een totale heupprothese maakt de orthopedisch chirurg allereerst een snee ter hoogte van de heup aan de buitenzijde van het bovenbeen. Om bij de heup te komen wordt tussen de spieren door geopereerd, zonder deze los te maken van het been. Vervolgens wordt de kop van de heup vervangen door middel. Hiertoe wordt er een lange steel met daarop een kop geplaatst in het verloop van het bovenbeen. De kom van de heup wordt vervangen door een kunststof kommetje. Deze operatie duurt ongeveer een uur.
Na de operatie
Na de operatie voor het plaatsen van een totale heupprothese zult u ongeveer drie maanden moeten revalideren. U kunt er op rekenen dat u de eerste zes weken beperkt mobiel bent. De eerste weken loopt u met krukken en bouwt u langzaam de spierkracht en loopafstand op. De ervaring leert dan na de voorste benadering dit heel vlot gaat. Na zes weken loopt u zonder hulpmiddelen en werkt u verder aan uw herstel. Autorijden kunt u weer na zes weken, mits u geen krukken meer gebruikt. Van maximaal herstel spreken we na twaalf maanden. U heeft dan het punt bereikt dat verder herstel niet meer verwacht wordt. Gemiddeld kunt u na drie maanden uw werk weer volledig hervatten, afhankelijk van het soort werk en na overleg met de bedrijfsarts.
Risico's en complicaties bij het plaatsen van een heupprothese via voorste benadering
De vervanging van een heupgewricht is een veel voorkomende en vrijwel altijd succesvolle operatie. Aan iedere ingreep zijn echter risico’s verbonden. Gelukkig zijn de complicaties bij het plaatsen van een gewrichtsvervangende prothese niet veel voorkomend.

 

Mogelijk voorkomende complicaties zijn:

  • wondinfectie na de operatie
  • (na)bloeding van de wond
  • beenlengteverschil
  • luxatie van de heup (uit de kom schieten)
  • een trombosebeen
  • gevoelsstoornis van de huid
  • barst in het bot bij de prothese.

Overgewicht en roken vergroten de kans op complicaties. Als u geopereerd gaat worden, ontvangt u verder informatie over de mogelijke complicaties en de behandelmogelijkheden ervan.

Wachttijden voor het plaatsen van een heupprothese
Wilt u weten hoe snel een operatie voor het plaatsen van een totale heupprothese gemiddeld ingepland kan worden? Kijkt u dan op deze pagina.

Voorkom vertraging van uw onderzoek en/of operatie

In het ziekenhuis krijgen we steeds meer te maken met bacteriën die ongevoelig zijn voor antibiotica. Deze bacteriën noemen we Bijzonder Resistente Micro Organismen (BRMO). Een voorbeeld van een BRMO is de MRSA-bacterie. De bacteriën kunnen een nadelig effect hebben op uw gezondheid of de gezondheid van andere patiënten. Wij doen er in Zuyderland Medisch Centrum alles aan om te voorkomen dat deze bacteriën zich verspreiden binnen ons ziekenhuis.

Met onderstaande vragen kunt u bepalen of u mogelijk een risico heeft op het dragen van een ongevoelige bacterie. Beantwoordt u één of meer van onderstaande vragen met ‘Ja’, geef dit dan door aan uw behandelend arts zodra u een onderzoek of operatie nodig heeft. Zo kunnen we samen tijdig de nodige maatregelen treffen en u en andere patiënten beschermen tegen een mogelijke besmetting met resistente bacteriën.

  1. Bent u in de afgelopen twee maanden opgenomen geweest in een buitenlandse of Nederlandse zorginstelling? (ziekenhuis, verpleeg of verzorgingshuis)
  2. Bent u langer dan twee maanden geleden opgenomen geweest in een buitenlandse of Nederlandse zorginstelling (ziekenhuis, verpleeg of verzorgingshuis) en hebt u nog wondjes, infecties of andere gevolgen van deze opname?
  3. Komt u voor het eerst met een buitenlands adoptiekindje naar ons ziekenhuis voor onderzoek of opname?
  4. Is al bekend dat u drager bent van een BRMO (of MRSA)?
  5. Woont u samen met of verzorgt u een persoon met BRMO?
  6. Werkt u met levende varkens of vleeskalveren?

Indien pas vlak voor aanvang van onderzoek of operatie blijkt dat u mogelijk een resistente bacterie bij u draagt, kan de behandeling uitgesteld worden totdat hierover duidelijkheid bestaat.

Alles op een rijtje

Bewerken
Duur van de operatie: 45-60 minuten
Verdoving: Ruggenprik of narcose
Opname in het ziekenhuis: Kan in dagbehandeling
Pijnbestrijding achteraf: Medicijnen via infuus en tabletten
Hechtingen: Oplosbaar
Verband: Absorberende pleister
Drains: Geen
Controles: 2 en 6 weken na de operatie

Neem contact op voor meer informatie of een afspraak